
Kaderwet diervoeders
Artikel 37
1
Indien in het belang van de gezondheid van mens of dier of het milieu naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan hij in de onderwerpen die op grond van deze wet bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, bij regeling voorzien.
2
De regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het moment waarop de maatregel in werking treedt. De termijn kan door Onze Minister eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
3
Indien in het belang van de gezondheid van mens en dier naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan hij bepalen dat door hem krachtens deze wet of algemene maatregelen van bestuur vastgestelde regelingen onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden. In dat geval kan hij zodanige regeling, in afwijking van artikel 4, eerste lid, van de Bekendmakingswet, op andere dan de daar genoemde wijze bekendmaken.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.